Een man en een vrouw gingen op 1 november 2003 uit elkaar. Zij bleef in de gemeenschappelijke echtelijke woning wonen en betaalde alle hypotheekrente. Tot aan de levering aan de vrouw in 2006, waren de ex-echtgenoten ieder tot de helft van de woning gerechtigd. Toch beslist Hof Amsterdam (LJN: BW0614) dat de vrouw in 2004 en 2005 alle hypotheekrente mag aftrekken. Feitelijk komt het risico van waardeverandering van de woning al vanaf 1 november 2003 voor haar rekening. Zij heeft sindsdien ook het volledige woongenot en betaalt alle kosten en lasten. Zij heeft de economische eigendom van de woning en kan daarom de hele hypotheekschuld aanmerken als eigenwoningschuld.
In verband met het inwerkingtreden van nieuwe wetgeving met betrekking tot de BTW-regeling voor reisbureaus per 1 april 2012 (zie ons bericht Reizen wordt volgend jaar duurder van 6 december 2011), is er een nieuw besluit uitgevaardigd dat het oude besluit van 22 maart 1971, nr. B71/2260 vervangt.
Het besluit bevat onder meer de volgende (beleidsmatige) aanwijzingen:
Aansprakelijkheid voor belastingschulden uitbesteed werk (onderaannemer) en ingeleend personeel (uitlener) - neem voorzorgsmaatregelen.
Een bedrijf dat werk uitbesteedt of personeel inleent moet zich er van bewust zijn dat zij het risico loopt om aansprakelijk te worden gesteld voor de belastingschulden – loonheffingen en BTW – van een ingeschakelde onderaannemer of uitlener. Wanneer de onderaannemer of uitlener (bijvoorbeeld een uitzendbureau) niet aan zijn fiscale verplichtingen voldoet, dan is de hoofdaannemer aansprakelijk. De Belastingdienst kan belastingschulden die niet bij de belastingschuldige (volledig) zijn in te vorderen, verhalen op de inlener.